Het zijn harde tijden voor mensen

by JvT

Een poosje terug was ik getuige van groot onrecht en kwaadaardig gedrag. Het gebeurde bij een Hema-filiaal in een winkelcentrum in Amstelveen (onheilspellend).

Ik stond in een lange rij voor de kassa (het was lunch-tijd). Een gerontisch garnaaltje stond voor me, met een rollator. Er was een flink gat gevallen tussen haar en de volgende mensen in de rij. “Staat u in de rij mevrouw”, vroeg ik, want ik wilde mijn kaascroissants snel afrekenen en opeten. “Ho, hmm”, zei ze verschrikt, en toen schoof ze aan. Ze leek wel 200, zo oud dat ze was. Toen ze bijna kon afrekenen pakte ze snel een rookworst uit de rookworstzuil. Ze schoof de worst in een papieren zakje, met woest trillende handen. Ze was aan de beurt om af te rekenen en begon haar kleingeld uit haar portemonnee te schuiven. Ze kwam op 1,65 uit, iets wat de kassadame (asymmetrisch kapsel) haar toeschreeuwde. “Ja, één euro vijfenzestig mevrouw!”, zei ze. “U moet nog vijftig cent!” Ik dacht nou nou nou, en wilde het verschil bijleggen. Daar zat naast medelijden wat eigenbelang in, maar wat zou het.

De vrouw achter me siste: “Dat moet je niet doen joh. Daar azen ze op. Dat testen ze uit.” Een blonde moeder van net veertig, schatte ik. Ik schrok. Het dametje reageerde niet op mijn vraag. De de kassamedewerker schreeuwde dat ze DAN MAAR EVEN MOEST PINNEN. Deerniswekkend om te zien hoe de dame haar pinpas mompelend uit haar beurs wilde vissen. Ze deed me natuurlijk aan mijn oma denken. Met die pinpas lukte het niet, dus de kassamedewerker begon in die beurs te graaien. “Zooo, daar is ‘ie mevrouwtje.” Ze keek naar de rij om smalend lachend bijval te zoeken. De moeder achter me ging er gretig op in en lachte ook honend naar de vrouw.

Toen haar pinpas in het betaalapparaat zat, wist de vrouw haar pincode niet meer. De morele woestijn achter me lachte nog eens. “Kijk het haar nou proberen”, zei ze tegen de mensen in de rij achter haar. Toen zei ik opnieuw tegen de oude vrouw voor me: “Mevrouw, laat mij die worst voor u afrekenen.” Ik weet niet of het schaamte of trots was, maar ze keek me aan en zei: “Ooohh, ach, neehoor, ik ga wel even naar huis.” Ze schuifelde weg met haar rollator. De kassavrouw maakte zo’n afwerend gebaar naar mij toen ik mijn geld voor haar pakte en zei: “Jij werkt er hard genoeg voor, knul.” Walgend rekende ik mijn kaascroissants af en toen kwamen er achter dat het dametje haar portemonnee had laten liggen. Ik zag niet waar ze heen was gelopen. Toen ik bij het kantoor van mijn bijbaan was aanbeland bleek een van de kaascroissants een vulling van ham-kaas te bevatten.