Familie als churros

by JvT

Ik hou van familie, ik heb moeite met familie. Een paar weken terug had ik familieweekend. Ik organiseerde het met twee neven. We hadden vijf of zes keer vergaderd over hoe we het zouden aanpakken, dus het was relatief goed voorbereid, relatief stressvrij. Met 35 mensen tussen de 0 en 71 jaren oud zaten we zo in een aftandse hoeve in Bergeijk, van vrijdag tot en met zondag. Het was de goedkoopste die we online hadden kunnen vinden. Op de vrijdagmiddag kwam mijn meest energieke oom aan, hij begon direct een groot verchroomd stuk keukenapparatuur uit zijn auto te laden. “Moet je kijken man, kost 500 euro nieuw, heb ik voor 185 op de kop getikt. Een churros-machine is het.” Het was een churros-machine. Churros zijn Spaanse gefrituurde deegstaven, in een stervorm. Ze zien er zo uit:

Schermafbeelding 2016-06-28 om 20.08.54

Mijn oom zei: “Ik verkoop het op festivals. Voor een paar euro koop je suiker, meel en eieren, en we verkopen die churros voor twee euro per portie. Pure winst.” Hij stelde zijn eveneens nieuwe frituurpan buiten op en begon meteen churros te frituren. Ondertussen kwamen ook andere familieleden aan, die ons hartelijk begroetten, en me vertelden dat ik er stevig uitzag. Ze klopten op mijn bovenarmen en buik en zeiden: “Zo, lekker stevig!” Ik knikte. Die eerste avond dronken we whisky en vele goedkope bieren uit halveliterblikken en rode wijn.

De volgende dag was glorieus. Moeders met baby’s, opa’s en oma’s met grote ogen van trots, voetballen in de zon. Die avond kookten we met de kookploeg avondeten voor iedereen – asperges en ham en bechamelsaus en dergelijke. Toen: de grote schok. Er viel een pan met wel drie liter kokend water van het fornuis. Mijn twee neven konden ondanks hun katers net op tijd opzij springen. We schrokken ons lam, maar het kwam goed, op enkele rode plekjes huid na.

Mijn energieke oom stond net naast zijn frituurpan, buiten. Hij keek sip. “Twee keer gebruikt, en nu al stuk”, zei hij. De andere familieleden vroegen naar mijn boek, en wat ik verder deed, en wat ik van plan was de komende tijd. “Wat vond je van het boek?”, vroeg ik, en dan zeiden ze mooi, goed geschreven, interessant. Ik dronk stevig door van het bier uit halve liters en dacht na over al die keren dat ik op familieweekend was en niet meer wist wie ik zelf was. Die nacht was ik bang dat er een teek in mijn oor was gekropen.

Op zondagochtend, de laatste ochtend, was ik vroeger wakker dan anderen, en toen begon ik eieren te bakken. Mijn oom was slim geweest: hij had een volle pan met olie op het gasfornuis opgesteld, de verchroomde churros-machine ernaast. Kinderen renden af en aan, langs die pan. Het vet borrelde tegen de wanden op. Het gevaarte stond op hetzelfde pitje als die waar de pan met kokend water af was gekukeld. Ik probeerde eieren te bakken, maar de eieren plakten aan de bodem, en niemand wilde ze al eten toen ik ze de zaal in bracht. “Kijk uit met die pan met vet”, zei ik toen ik terug kwam in de keuken. “Zeker”, zei mijn oom, “zeker.” Hij zette de pan wat verder op de pit en hij ging door met bakken.

Ik voelde een mengeling van woede en afkeer over die borrelende pan met vet. Waarom moet hij juist nu zoete churros frituren, terwijl ik met een kater eieren bak, dacht ik. En dat terwijl ik gisteravond nog dacht dat er een teek in mijn oor zat. Meteen daarna voelde ik schuld over dat ik boos werd om zo’n aardig en lief gebaar. Schuld, zelfhaat, liefde, churros: familie.