Een kleine herinnering aan Umberto Eco (een bro)

by JvT

Mijn bro-schap met Umberto Eco kwam vijf jaar geleden tot een hoogtepunt. Op mijn veertiende maakte ik al kennis met hem, maar ik kreeg De naam van de roos maar niet uitgelezen. Wel viel ik die dagen heel snel in slaap. Het boek bleef ongelezen. Jaren later vertelde mijn maat Henk dat hij dat boek moest lezen voor een vak, en toen probeerde ik het nog een keer, en vanaf toen vond ik Eco goed.

Niet lang daarna kocht ik On Literature. Ik las het in het gras op het Museumplein voor aan mijn geliefde. Ik neem dat boek nog steeds mee op vakanties. Met de verkering gaat het ook nog heel goed. Ik jatte Op reis met een zalm en andere verhalen uit een café en die verzamelde columns zijn toonbeelden van ironie, humor en intelligentie. Als mensen dat soort dingen over een boek zeggen weet je meestal dat het doodsaai is, maar lees die bundel en ik beloof je dat je hardop zult lachen.

Ik was gelukkig toen ik Eco kon citeren in mijn scriptie. Die ging over vertalingen en wat ze kunnen zeggen over cultuur, en daar kon ik Mouse or Rat goed bij gebruiken. Mijn lieve vriend Wiegertje studeerde Comparative Literature en haar heb ik hetzelfde boek ook nog gegeven. Door Hoe schrijf ik een scriptie? kwam ik op het idee voor een geinig stukje voor VICE, over de beslommeringen van een scriptieschrijver. De mensen op het internet smulden ervan.

Maar goed, dat hoogtepunt. Dat was in De Rode Hoed. De begraafplaats van Praag – het moet gezegd: een boek wat me echt weinig heeft gedaan – was net uit, en Eco werd geïnterviewd. Ik weet niet precies meer wat de inhoud van het gesprek was, maar ik weet wel wat er na afloop gebeurde. We stonden in de rij om een boek te signeren. Ik had snel De begraafplaats aangeschaft en bladerde nerveus door het boek. De persoon voor me was klaar en toen was ik aan de beurt. “Your work is great mr. Eco and it means…”, zei ik zenuwachtig, en toen liet hij zijn pen vallen. Ik bukte me snel, langs zijn bolle knieën en imposante pens en raapte de pen voor hem op. Ik gaf hem aan hem, hij nam me op, keek me aan in de ogen en zei: “Thank you.” Toen schreef hij een tedere boodschap in het boek:

IMG_7879

Nooit waren de woorden “MuhulululuKso” zo welgemeend opgeschreven als hier, in mijn exemplaar van De begraafplaats van Praag. Ik zei niks en ging weg. Wat ik natuurlijk had moeten zeggen toen was dit: Thank you!