Jan van Tienen

Mijn visie op een oud boek


‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ door Milan Kundera.

De identificatie met de hoofdpersoon en de thema’s is wat dit boek de eerste paar pagina’s voor mij aansprekend maakte: Ik voelde dat de schrijver echt over mij schreef en ik wilde natuurlijk weten hoe het met mij afliep. Op de twaalfde pagina van de roman las ik over de hysterie of liefde die Tomas voor Tereza voelt. Volgens mij kent iedere jongen (of toch in ieder geval iedere jongen die relatief weinig moeite heeft om zich het schaarse goed dat vrouw heet toe te eigenen) het gevoel dat Kundera beschrijft:

“Wat kon het anders zijn dan liefde die zich zo aan hem kenbaar maakte?
Maar was het wel liefde? Het gevoel dat hij naast haar wilde sterven was duidelijk overtrokken: hij had haar immers pas voor de tweede keer in zijn leven gezien! Was het dan niet alleen maar hysterie van iemand die de onmacht om lief te hebben diep in zijn hart besefte en daarom voor zichzelf liefde begon te veinzen?” (blz. 12)

Het kan natuurlijk zo zijn dat ik gewoon fucked up ben, maar dit citaat spreekt me aan. Zal ik ooit echte liefde vinden? Of blijf ik uiteindelijk bij dat meisje waarbij ik blijf hangen, zonder er veel passie bij te voelen? Misschien weet Kundera het. Ik lees verder in het boek. En word uiteindelijk teleurgesteld.

‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ gaat over Tomas en Tereza die een verhouding hebben in het Tsjechië ten tijde van de Russische bezetting. Het liefdesverhaal is mooi, maar Kundera gebruikt zijn karakters vooral als kapstok voor zijn filosofische observaties, en doet verder geen moeite om ze levensecht te laten lijken.

De observaties van Tomas, Tereza en nog wat andere platte karakters gebruikt Kundera om zoveel mogelijk waarheden in zijn hoofdstukken te proppen. Die waarheden leken me in het begin van het boek heel dwingend en ze maakten die vage gedachtes die ik ooit zelf ’s nachts bedacht heel helder. Verderop in het boek deden ze me echter denken aan iets wat een nerd met een LOI-cursus wijsbegeerte zou schrijven. Te veel is te veel Kundera.

Neem dit citaat:

“…En misschien bestaan er nog veel meer planeten waar de mensheid telkens één graad (één leven) rijper geboren wordt. Dat is Tomas’ versie van de eeuwige terugkeer.
Wij hier op aarde (op planeet nummer één, de planeet van onervarenheid) kunnen er uiteraard slechts naar gissen hoe het de mens op de andere planeten zou vergaan. Zou hij wijzer worden? Heeft de mens in wezende rijpheid in pacht? Kan hij die door herhaling bereiken?
Alleen in het perspectief van deze utopie zouden we de begrippen ‘pessimisme’ en ‘optimisme’ volledig terecht kunnen gebruiken: Optimist is hij die veronderstelt dat de geschiedenis van de mensheid op planeet nummer vijf minder bloedig zal zijn. Pessimist is hij die dat niet gelooft.”

Dat slaat als een kut op Dirk, en het komt mij nogal kinderachtig over. Toen ik 16 was en dit boek voor het eerst las, was het een bijna mystieke ervaring om zoveel wijsheid in een boek tegen te komen. Nu ben ik van mening dat Kundera wel een beetje had mogen dimmen met zijn filosofie en wat meer aandacht had mogen besteden aan de karakters.

Maar goed, toen ik het boek uithad dacht ik: ‘Dat kan ik ook’. Kijk dan:

“Kundera is een mooi voorbeeld van een intellectueel: Hij grijpt de actualiteit van de Praagse lente aan om een liefdesverhaal van de moderne tijd te schrijven. (Daarmee bedoel ik de tijd van steden en enorme aantallen mensen, de tijd waarin onze handelingen als ze de wet niet overtreden geen noemenswaardige consequenties hebben, behalve misschien voor dat wat je het geweten zou kunnen noemen.) Door een verhaal voor jonge mensen in zo’n omgeving te plaatsen geeft Kundera het boek een extra handvat mee.”

Op bovenstaande paragraaf is net zoveel af te dingen als op Kundera’s filosofieën die hij in het boek beschrijft. Voor mij zijn het dan ook die quasi-diepe inzichten die het boek naarmate je erin vordert, minder goed maken.

4 Responses to “Mijn visie op een oud boek”

  1. Henk says:

    ja daar kan ik me wel in vinden

  2. Klont says:

    Whaha, lekker janus

  3. J.A. Storke says:

    Hey Jan,
    Ik ben het niet helemaal eens met je aantijgingen jegens dit boekje van Kundera. Dat onze vriend zijn verhaal gebruikt als kapstok voor zijn filosofische observaties mag zo zijn, dat betekent echter niet dat jij diezelfde observaties kan weerleggen door even een citaatje fantastisch uit zijn context te snokken. Jij als filosoof-journalist zou toch moeten weten dat iets dan al gauw als een lul op een non slaat. In het licht van Nietzsches “oneindige wederkeer” (een geheel rhetorisch concept van een hele echte filosoof) blijft het door jouw uitgekozen citaat overeind als een stijve lul in de branding. Maar genoeg over piemels.
    Je poneert verder dat de karakters plat zijn. Ik zeg niet dat ze rond zijn, eerder ovaal als mijn balzak. Kundera weigert karakters te exponeren uitgaande van (oppervlakkige) uiterlijkheden. Daarentegen kenmerkt hij zijn karakters door hen expliciete standpunten te geven die vervolgens onder de loep worden genomen; of ze worden opzettelijk neergezet als “compound characters” die een maatschappelijke tendens belichamen. In dat opzicht is Kundera een van de weinige scheppers van verhalen die zich verantwoordt in zijn verhalen: een verantwoordelijke God en geen pseudo-romancier.

  4. Jan van Tienen says:

    Japio, het feit dat je Nietzsche een hele echte filosoof vindt, maakt voor mij het genoemde citaat nog niet minder kinderachtig. Kijk Jaap, je moet het zo zien: Kundera is een schrijver (gelijk Aft v/d Heijde) waarvan ik me voorstel dat hij ’s ochtends moeilijk kijkend zijn koffie drinkt, en dan met die zelfde moeilijke blik in zijn ogen achter zijn schrijftafel gaat zitten om ‘diep’ te gaan. Om ‘echte’ literatuur te produceren. En ik ben dan zo iemand die dat fake vind, en opschepperij. En jij bent dan de lezer die meer achter het geschrevene zoekt dan er in feite is. Kundera is geen verantwoordelijke god. Hij is iemand die zijn lezers drollen in plaats van parels voorschotelt.

Leave a Reply