Onwetendheid als gelijkmaker
Ik was op een feestje in een grachtenpand in Amsterdam. Het feest was voor de dochter van de twee kunstenaars die het pand bezaten en ik voelde me er ongemakkelijk. Iedereen was zo mooi, zo eloquent en, zelfs in hun dronkenschap, zo correct. Zulke feestjes was ik niet gewend. Ik voelde mijn simpele afkomst (Sorry pa). Een jongen kwam naar me toe. Een lange, mooie, correcte jongen. “Ben je eerder in dit huis geweest?”, vroeg hij.
– “Nimmer”, zei ik.
“Je komt zeker niet uit Amsterdam”, zei de jongen.
- “Dat klopt”, zei ik, “maar hoe raad je dat?”
“Nou, je zei ‘nimmer’. Dat woord heb ik nog nooit gehoord”, zei de jongen.
Ik was niet meer onzeker.




4 Responses to “Onwetendheid als gelijkmaker”
Leave a Reply
Als je als Amsterdammer het woord ‘nimmer’ niet ken ben je gewoon een mongool.
en het is ‘kent’ want ‘ken’ zou ik normaal gesproken nooit of te nimmer in de mond nemen.
Werpt hen in het vuur!
ha ha, nimmer