Aantekeningen bij ‘Professor Borges’

by JvT

Professor Borges – A Course on English Literature (2013) is een serie uitgeschreven colleges die de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges (1899-1986) in de jaren 60 aan een universiteit in Buenos Aires gaf, netjes ge-edit en geredigeerd door keurige literatuurwetenschappers. Ik kocht en las het tijdens een vakantie aan een meer in Amerika. Borges besteedde zijn leven aan de literatuur. Op zijn negende vertaalde hij Oscar Wilde in het Spaans, op zijn twaalfde las hij Shakespeare, de bibliotheek van zijn vader noemde hij de belangrijkste gebeurtenis van zijn leven. In zijn korte verhalen en essays springt hij van Averoes naar Bernard Russell naar Cervantes. En als je al die verwijzingen leest krijg je het gevoel dat je zelf ook een deeltje van dat netwerk van literatuurgeschiedenis kan begrijpen, omdat hij over al die schrijvers schrijft alsof hij pizza eet. Of weet ik het, noem eens iets heel gewoons. Kanye. Ondanks de eruditie vond ik ‘Professor Borges’ in eerste instantie tergend saai. Dat kwam misschien doordat de dagbesteding bij dat meer bestond uit waterskiën of met een negen millimeter schieten. In Nederland zette ik het lezen door, en werd ik beloond. Ik wil drie amusante feiten over en uit het boek vertellen.

1. De ontstaansgeschiedenis. De samenstellers van het boek, Martín Arias en Martín Hadis, beschrijven in de inleiding het reconstructieproces dat ten grondslag lag aan de totstandkoming van deze uitgave. In de jaren 60 was Borges belangrijk en bekend genoeg om zijn colleges op geluidsband op te nemen, maar hij had nog niet de internationale status van literatuurlegende die hij later zou krijgen. Daarom hebben ze de geluidsband van zijn colleges na een poosje weggegooid. Het boek is gebaseerd op een transcriptie van een niet genoemde student, die de colleges overnam voor andere studenten. Dat gebeurde vaak fonetisch. ‘Dr. Jekyll and Mr. Hyde’ werd daardoor verbasterd tot ‘Jaquil’, ‘Shekli’, ‘Shake’, ‘Sheke’ en ‘Shakel’ (Jekyll) of ‘Hi’, ‘Hid’ of ‘Hait’ (Hyde). De filosofoof Oswald Spengler werd soms opgeschreven als ‘Stendler’, ‘Spendler’ en soms zelfs als ‘Schomber’. De introductie van het boek eindigt met de boodschap: ‘We hope the reader enjoys reading this book as much as we enjoyed editing it’, waar ik iets van sarcasme in lees, aangezien het nogal een grove rotklus moet zijn geweest.

2. Borges’ leesbare genoegen om verhalen te vertellen tijdens zijn colleges. Ik stel me voor dat deze al verschrompelende hombre (hij was al een end in de zestig), die zijn lust en zijn leven aan de literatuur had geofferd, mompelend voor een zaal studenten stond, te oreren over vijftien eeuwen Engelse literatuur. Wat een genot moet dat zijn geweest. Te meer omdat Borges zo’n voelbare liefde heeft voor zijn literatuur. Dat wordt duidelijk als je zijn korte verhalen en essays leest, maar ook in het nawoord dat hij bij zijn colleges gaf:
“I believe that the phrase ‘obligatory reading’ is a contradiction in terms; reading should not be obligatory. […] Pleasure is not obligatory, pleasure is something we seek. Obligatory happiness! […] For twenty years, I have been a professor of English literature […], and I have always advised my students: If a book bores you, leave it. […]Reading is a form of hapiness, so I would advise all possible readers […] to read a lot, and not to get intimidated by writers’ reputations, to continue to look for personal happiness, personal enjoyment. It is the only way to read.” Zoet.

3. Borges’ waardering voor biografische informatie. Hij geloofde dat literatuur meer ging leven als je de schrijver van het werk dat je bestudeerde beter kende. Daarom zitten zijn colleges vol met biografische aspecten van de schrijvers die hij noemt. Het gevolg is dat ze tjokvol zitten met anekdotes die je wilt delen met je mensen. Zoals:
– Dante Gabriel Rossetti (1828-1882) voelde zich schuldig dat hij naar de hoeren ging, en toen zijn vrouw stierf uitte zijn schuldgevoel zich als volgt: het voltooide manuscript van een dichtbundel begroef hij met het lichaam van zijn dierbare. Een paar jaar later overtuigden zijn vrienden hem van het feit dat het echt zonde was dat dat boek daar maar lag, en toen heeft Rossetti het toegestaan zijn overleden vrouw op te graven, haar vergane knekels uit elkaar te wrikken en het boek te hernemen, voor de literatuur. Rossetti bedronk zich ondertussen. De witte aanslag op het boek kregen ze er niet meer van af, maar de publicatie ervan maakte Rossetti beroemd.
– Samuel Taylor Coleridge (1772-1834) was een schrijver die opium met alcohol gebruikte om te slapen, op doktersvoorschrift. In een landhuis waar hij verbleef deed hij een narcotisch middagdutje, en toen droomde hij het gedicht dat hij later Khubla Khan noemde. Een man sprak als uit de hemel tot hem. Toen hij wakker werd, schreef hij de eerste zeventig dichtregels op, tot een tuinman uit de buurt bij hem aanklopte en hem een uur aan de praat hield over agrarische wetenswaardigheden. Daarna wist Coleridge zich niks meer van het gedicht te herinneren. Volgens Borges vervloeken liefhebbers van het Engels die tuinman nog steeds. Het onvoltooide gedicht lees je hier.

O ja, er zitten verder geen vrouwelijke schrijvers in dit boek. Nul stuks. Viel me op.

Ik schreef dit stukje een paar jaar terug voor het belangrijke onbelangrijke De Gebroken Rug.