Ik heet Jan van Tienen

en dit is mijn website

Werk van de laatste maanden

“Having an un-updated website is even worse than not having one at all”, zei een van de kunstenaars met wie ik in maart en april de residentie deelde in New Orleans. Dit vertelt u dat ik in ieder geval bezig was: ik was schrijver-in-residence in New Orleans! In Amerika! Daarnaast heb ik niet stilgezeten, ik schreef voor VICE een paar artikelen over de dood, de zelfdoding en hoe we de minder gefortuneerde medemens moeten behandelen (o.a.). Voor De Speld schreef ik onder meer stukken over huisgenoten, hooligans, en het universum dat zich tegen iemand keert. Voor Das Mag schreef ik een stuk over bijna Amerika niet binnenkomen (had ik verteld dat ik twee maanden in New Orleans was? Het Letterenfonds had me gesubsidieerd om daar aan mijn nieuwe boek te werken).

Op Terschelling werkte ik mee aan de dagkrant van het Oerol-festival, waarvoor ik onder meer een man sprak die daar een filmfestival organiseert, waarbij ze locatietheater rondom de films organiseren. De man vertelde toen dat ze een keer bij een film over de Tweede Wereldoorlog hadden bedacht dat het een goed idee zou zijn dat de organisatie zich in SS-uniformen zou hijsen. Vervolgens werden de bezoekers in bussen gestopt, waarbij ze niet werden aangekeken. “We wilden ze echt ontmenselijken, een beetje opstoken”, zei de organisator. “Vervolgens sorteerden we de mensen op kleur ogen, zonder dat we ze dat overigens vertelden. Daarna namen we ze mee naar de duinen, waar we ze agressief uit de bussen joegen. ‘Snel!’, riepen we, en we lieten we ze strak achter ons aanlopen. Nou toen voelde je al dat de spanning toch een beetje opliep. Uiteindelijk kwamen we dan bij een bunker, die met rood licht en rookmachines uitgedost was. Daarbinnen konden mensen dan met voedselbonnen jodenkoeken en tulpenbollen kopen, en die film zien.” Ik heb niet gevraagd waar die film over ging, maar wel met uiterste verbazing naar deze anekdote zitten luisteren. Hoe het ook zij, die dagkranten kun je hier teruglezen, ik werkte mee aan de laatste vijf edities.

Wat nog? O ja, ik deed redactie en presentatie van Het andere verhaal, de literaire talkshow in Cinetol, ik trad op op Mooie Woorden in Utrecht bij het Onder Je Voeten, Boven de Wolken-festival, presenteerde de Engelse vertaling van enkele hoofdstukken van mijn debuut in New Orleans (een stad in Amerika waar ik het genoegen had twee maanden te mogen verblijven, mocht ik je tegenkomen zal ik je er nog eens uitgebreid over vertellen!), onderhield mondjesmaat Twitter en Instagram en werkte verder voor de kost bij VPRO’s Nooit Meer Slapen. Ik vergeet vast genoeg, maar dat is niet erg, want denken is een vorm van vergeten.

En de plannen, o god de plannen, als plannen lintworm waren zou ik nooit meer ophouden met eten. Als plannen vriendschap waren was ik mezelf en Boudewijn Bollmann, als ik een fractie van mijn plannen waar kan maken zal ik eindeloos gelukkig zijn en ook voor eeuwig leven. Tot die tijd: aan de slag, zet hem op, maak die aanstalten, toon het initiatief. Tegen wie spreek ik?

Familie als churros

Ik hou van familie, ik heb moeite met familie. Een paar weken terug had ik familieweekend. Ik organiseerde het met twee neven. We hadden vijf of zes keer vergaderd over hoe we het zouden aanpakken, dus het was relatief goed voorbereid, relatief stressvrij. Met 35 mensen tussen de 0 en 71 jaren oud zaten we zo in een aftandse hoeve in Bergeijk, van vrijdag tot en met zondag. Het was de goedkoopste die we online hadden kunnen vinden. Op de vrijdagmiddag kwam mijn meest energieke oom aan, hij begon direct een groot verchroomd stuk keukenapparatuur uit zijn auto te laden. “Moet je kijken man, kost 500 euro nieuw, heb ik voor 185 op de kop getikt. Een churros-machine is het.” Het was een churros-machine. Churros zijn Spaanse gefrituurde deegstaven, in een stervorm. Ze zien er zo uit:

Schermafbeelding 2016-06-28 om 20.08.54

Mijn oom zei: “Ik verkoop het op festivals. Voor een paar euro koop je suiker, meel en eieren, en we verkopen die churros voor twee euro per portie. Pure winst.” Hij stelde zijn eveneens nieuwe frituurpan buiten op en begon meteen churros te frituren. Ondertussen kwamen ook andere familieleden aan, die ons hartelijk begroetten, en me vertelden dat ik er stevig uitzag. Ze klopten op mijn bovenarmen en buik en zeiden: “Zo, lekker stevig!” Ik knikte. Die eerste avond dronken we whisky en vele goedkope bieren uit halveliterblikken en rode wijn.

De volgende dag was glorieus. Moeders met baby’s, opa’s en oma’s met grote ogen van trots, voetballen in de zon. Die avond kookten we met de kookploeg avondeten voor iedereen – asperges en ham en bechamelsaus en dergelijke. Toen: de grote schok. Er viel een pan met wel drie liter kokend water van het fornuis. Mijn twee neven konden ondanks hun katers net op tijd opzij springen. We schrokken ons lam, maar het kwam goed, op enkele rode plekjes huid na.

Mijn energieke oom stond net naast zijn frituurpan, buiten. Hij keek sip. “Twee keer gebruikt, en nu al stuk”, zei hij. De andere familieleden vroegen naar mijn boek, en wat ik verder deed, en wat ik van plan was de komende tijd. “Wat vond je van het boek?”, vroeg ik, en dan zeiden ze mooi, goed geschreven, interessant. Ik dronk stevig door van het bier uit halve liters en dacht na over al die keren dat ik op familieweekend was en niet meer wist wie ik zelf was. Die nacht was ik bang dat er een teek in mijn oor was gekropen.

Op zondagochtend, de laatste ochtend, was ik vroeger wakker dan anderen, en toen begon ik eieren te bakken. Mijn oom was slim geweest: hij had een volle pan met olie op het gasfornuis opgesteld, de verchroomde churros-machine ernaast. Kinderen renden af en aan, langs die pan. Het vet borrelde tegen de wanden op. Het gevaarte stond op hetzelfde pitje als die waar de pan met kokend water af was gekukeld. Ik probeerde eieren te bakken, maar de eieren plakten aan de bodem, en niemand wilde ze al eten toen ik ze de zaal in bracht. “Kijk uit met die pan met vet”, zei ik toen ik terug kwam in de keuken. “Zeker”, zei mijn oom, “zeker.” Hij zette de pan wat verder op de pit en hij ging door met bakken.

Ik voelde een mengeling van woede en afkeer over die borrelende pan met vet. Waarom moet hij juist nu zoete churros frituren, terwijl ik met een kater eieren bak, dacht ik. En dat terwijl ik gisteravond nog dacht dat er een teek in mijn oor zat. Meteen daarna voelde ik schuld over dat ik boos werd om zo’n aardig en lief gebaar. Schuld, zelfhaat, liefde, churros: familie.

De vreemde leugens

Op het skatepark kwam er een kleine jongen naar me toe. Hij vroeg: “Hoe lang skate je al?” Ik zei: “Uh, goeie vraag zeg.” Hij zei: “Hoe oud ben je eigenlijk? Of u, hoe oud bent u?” “Dertig”, zei ik toen, wat een vreemde kleine leugen was, me een jaar jonger voor doen dan ik eigenlijk ben. “O ja, dan heb je zeker lange periodes niet geskate en zo, omdat u het te druk had met andere dingen”, zei de jongen. Ik zweeg beduusd, want dat is exact hoe ik mijn antwoord zou gaan verwoorden. “Hoe lang skate jij al?”, vroeg ik ten slotte en hij zei: “Al acht jaar, en ik ben op mijn vierde begonnen.” Daarna vroeg hij: “Heeft u eigenlijk kinderen?” – “Nee”, zei ik. “Jij?” – “Ja, twee”, zei hij, en hij rolde weg.

Leven, een altgeschiedenis

Lees dit en bedenk je dan: wat heb ik de afgelopen weken op het internet gezien? Read the rest of this entry »

Mijn leven in internet

Alle interessante dingen die ik uit mijn internetgeschiedenis haal (licht gereviseerd natuurlijk, om de gênantste dingen niet te hoeven melden). Read the rest of this entry »

Lekker internetten!

Ik ben niet moe, ik ben internet.

Read the rest of this entry »

Mijn leven op het internet in links

Iedere week (o.i.d.) neem ik de stand op van wat ik op het internet heb gezien. Dit helpt mij mentale weerstand op te bouwen tegen het moderne leven, verwacht ik. Ook is het hartstikke leuk om dingen die ik leuk vond aan te raden. Wel is het lichtelijk ironisch dat de eerste blogs precies dit waren, een logboek van hyperlinks. Maar daar wil ik niet te veel over nadenken. Read the rest of this entry »

Op maat gevoelde emoties

Vorig jaar hadden mijn neef en ik nieuwe emoji’s bedacht, met de oorspronkelijke emoji’s als uitgangspunt. Dit omdat zijn gezicht zoveel meer rijke zeggingskracht heeft dan die getekende figuurtjes. Kijk maar eens even.

ios_emoji_smiling_face_with_open_mouth

Dit…

IMG_5187

…werd dit. Een poel van emoties, nietwaar?

WinkEmoji1Dit…

IMG_5185

…werd dit gezicht. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar dit is precies hoe ik me voel als ik een boek aan het afmaken ben en het wel ok gaat, maar niet heel ok, en dat de man die als een broer voor je is bij je op bezoek komt. Zo’n rijke ambivalentie.

face-with-stuck-out-tongue-and-tightly-closed-eyes

Dit…

IMG_5186

…draaide hier op uit. Zeg zelf: een foto van een gezicht zegt meer dan duizend emoji’s. Toch?

Kortom: Ik hoop dat ik binnenkort het gezicht van mijn neef custom kan gebruiken, op Facebook, in Whatsapp en verder alle sociale media die ons gegeven zijn in dit aardse tranendal.

Wat was het internet voor me

Wat was het internet vorige week voor me? Hoe liet het haar beste gezicht zien? De duistere kanten, die vergeet ik, maar wat was het mooiste?

Read the rest of this entry »

Een kleine herinnering aan Umberto Eco (een bro)

Mijn bro-schap met Umberto Eco kwam vijf jaar geleden tot een hoogtepunt. Op mijn veertiende maakte ik al kennis met hem, maar ik kreeg De naam van de roos maar niet uitgelezen. Wel viel ik die dagen heel snel in slaap. Het boek bleef ongelezen. Jaren later vertelde mijn maat Henk dat hij dat boek moest lezen voor een vak, en toen probeerde ik het nog een keer, en vanaf toen vond ik Eco goed. Read the rest of this entry »